dinsdag 9 februari 2010

De Griekse tragedie en de rol van governance


De laatste weken zijn de Europese kranten volgedrukt over de precaire economische situatie in Griekenland. Ik zal even eerst kort de context schetsen.

Griekenland heeft vorig jaar een begrotingstekort geboekt van bijna 13 %(!) van het bbp
, dit waar de Maastrichtnormen een tekort van maximaal 3% toelaten. Verder heeft het een schuld die boven 115% van het bbp stijgt en een tekort op de lopende rekeningen van 14% van het bbp. De Olympische Spelen, waar elk gastland iedere vier jaar zo hard voor moet strijden, is een bittere economische pil geworden, in combinatie met een oncompetitieve economie.

Het probleem is niet zozeer het Griekse staatsfailliet, het probleem ligt hem in de domino-effecten die deze meebrengt. Zo zien we dat de Europese beurzen prompt bloedrood begonnen kleuren eenmaal het Griekse tragedie onafwendbaar bleek te worden. Maar het probleem is niet enkel Griekenland.

Ook Spanje blijkt stilaan ‘het nieuwe Griekenland’ te gaan worden. De Madrileense beurs kreeg immers ook zware klappen na het Griekse failliet. In twee dagen tijd verloor de Ibex, de index voor Spaanse waarden, 7,9%. Maar dit is nog niet het ergste probleem. De werkloosheid in Spanje evolueert immers naar een werkloosheid van 4 miljoen mensen, welke een werkloosheid van 20% van de actieve beroepsbevolking uitmaakt. Het begrotingsoverschot is in minder dan twee jaar tijd veranderd in een tekort van 11,4 procent. Terwijl de regering de eerste klappen van de crisis opving met een injectie van overheidsgelden, is nu de bodem van de schatkist bereikt.

Het lijkt erop dat de schulden die banken hebben opgestapeld doorheen de financiële crisis en die zijn overgenomen of betaald door de overheden stilaan zijn tol beginnen te eisen. De Staatsfinanciën komen onder druk te staan en worden in landen zoals Griekenland en Spanje stilaan onhoudbaar. De problemen van de financiële crisis zijn gewoon doorgeschoven, en indien deze niet gepaard zijn gegaan met ingrijpende maatregelen op de overheidsfinanciën, dreigen ontspoorde overheidsfinanciën. Dit begint zo stilaan te rieken naar een ‘Road to perdition’.

Het frappante is de rol die Europa speelt ten aanzien van deze situatie. Landen zoals België; Griekenland en Spanje zijn toegetreden tot de Eurozone onder voorwaarde van de dwingende Maastrichtnormen. In die periodes namen zulke landen dan ook ingrijpende en structurele maatregelen die de overheidsfinanciën moesten klaarstomen tot een toetreding tot de Eurozone. Wanneer we dit uit het perspectief van de zogenaamde ‘Governance’ gaan bekijken zien we dat de EU erin slaagde lidstaten in het economische gareel te houden door middel van de ‘carrot stick’ benadering. De beloning voor de volgehouden economische inspanning was de Euro.

Nu zien we echter dat deze positieve stimulus is weggevallen eenmaal de Eurozone een realiteit geworden is. De lidstaten zijn de economische adviezen van de Europese Commissie in wind gaan slaan, mede uit electorale overwegingen. Vroeger kon men immers noch ‘onder het mom van Maastricht’ besparingen doorvoeren. Hierna had men, mede door de economische groei, geen excuus meer ten aanzien van de kiezer. Het Griekse politieke beleid schaadde de beginselen die op de tempel van Apollo staan in

Delphi; “ken uw beperkingen, mijdt overmoed en overdaad schaadt”.

Bij deze pleit ik er dan ook voor de nieuwe ‘EU 2020 strategie’, die ‘as we speak’ ontwikkeld wordt op het Europese niveau, sterk afdwingbaar gemaakt wordt. De EU 2020 strategie is de opvolger van de Lissabonstrategie die van de EU de grootste kenniseconomie ter wereld moest maken. Het geldt als het visionaire (tienjarige) project die enkele lange termijndoeleinden voorstelt waar de EU naar moet evolueren. Bijvoorbeeld een uitgave van 3% van het bbp aan R&D.

Het probleem is niet zozeer de doelen vastleggen waarnaar de EU moet evolueren. Het probleem is een structuur opzetten die deze kan afdwingen, de zogenaamde problematiek van ‘governance’. Er is een noodzaak aan bepaalde penale of belonende economische incentieven te voorzien, indien men wil dat de lidstaten luisteren en serieus werk maken van bepaalde objectieven. Indien dit allemaal vrijblijvend blijft nemen lidstaten vaak korte termijndoelstellingen aan en eindigen ze zoals Griekenland en Spanje. Deze presteerden dan weer wel ‘goed’ wanneer ze naar een toetreding tot de Eurozone streefden. Toen konden er immers zowel geldelijke boetes opgelegd worden als gold er een beloning, de Euro.

Vandaar mijn oproep tot het instellen van een visionaire EU 2020 strategie die de weg moet uitstippelen van de EU voor de komende tien jaar. Opdat ze echter concrete resultaten zou meebrengen is het noodzakelijk afdwingbare elementen hierin op te nemen, en net dit is het element waarvoor grote lidstaten zoveel schrik hebben. Met name; dat een Eurocraat hun de les zou spellen over hun economische beslissingsrecht. Ironisch is dan het feit dat Griekenland nu in samenwerking met de Europese Commissie saneringsplannen heeft opgesteld.

Het is tijd om te evolueren naar een Europese Unie, en niet te langer blijven hangen in een verzameling van landen onder curatele van de grote lidstaten. De dupe hiervan zijn bijvoorbeeld….Griekenland en Spanje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen